De Alpi Marittime, hèt natuurgebied in Liguria di Ponente.

Een spectaculaire wandeling met veel natuurschoon, is de wandeling naar de bergkam waar de hoogste berg van Ligurië zich bevindt, de Monte Saccarello (2200m), op de grens tussen Frankrijk en Italië. Niet getreurd, want daarvandaan kun je verder noordwaarts lopen over diezelfde crinale, via de Monte Tanarello (2036m), de Monte Ventosa (2136m) naar de Monte Bertrand (2481m)

De tocht. Gestart bij de pijl, omhoog naar de 'crinale'. Lengte c. 12 kilometer. Hoogteverschil ca. 800 m.

Zo vertrokken wij 's morgensvroeg om deze tocht te maken. Vroeg, omdat de kans om wild te zien - net als tegen het vallen van de avond - dan het grootst is. De Italianen staan hier op bij het ochtendgloren, duzzz... In het ochtendlicht is de omgeving spectaculair mooi. Dit keer op naar Monesì di Triora.

Het begin van onze tocht vanaf Monesì di Triora.

Net begonnen aan de klim zien wij de wolken zich over een oostelijke bergrug naar beneden storten. Het is net of een zee van 'water' zich naar beneden stort en wij direct zo snel als mogelijk moet maken dat we wegkomen. Gelukkig voor ons lost dit wolkendek in de loop van de ochtend helemaal op en is het 'dreigende' gevoel, misplaatst.

'Angstaanjagend' wolkendek boven de Alpen in het oosten.

Wij lopen met regelmaat - via verschillende routes naar deze crinale toe, nuttigen daar ons appeltje, broodje en water, om dan via een andere route voldaan weer naar Montegrosso terug te keren. Tijdens dit traject zien we regelmatig veel bergmarmotten, adelaars, gemsen (camosci) en  reeën (caprioli). Ook wolven zijn hier de laatste jaren waargenomen.

Een ontmoeting op de vroege ochtend.

Dit keer ontmoeten wij een 'pastore', een herder met zijn koeien. De bellen die zij om hebben geven en prachtig concert. Hij is hier voor het eerste jaar en heeft de concessie van zijn voorganger overgenomen. Hij vertelt ons dat hij 4 kuddes heeft lopen, 400 koeien. Hij huurt de weides van de gemeente. Hij is spraakzamer dan wij verwacht hadden. Hij vindt het duidelijk leuk om twee Nederlandse wandelaars te ontmoeten. Later - aan het eind van de wandeling komen we hem weer tegen en laat hij (een deel van) zijn koeien naar een andere weide gaan, geholpen door zijn hond "Rambo". De herders herkennen vrijwel elke afzonderlijke koe aan de klank van haar bel.

Dit soort wandelingen maken wij regelmatig. Dan maken wij ook wel andere weersomstandigheden mee. Op de crinale hangen de wolken aan één kant: Soms de Franse, soms de Italiaanse. Één ding is ons wel duidelijk: elk seizoen, elk weertype heeft zijn charme, heeft zijn aantrekkelijke kant.

Een wandeling kan bij elk weertype zeer interessant zijn. Soms hangt de vallei vol wolken en ben je eigelijk geneigd er niet op uit te trekken, maar als je dan tóch gaat, overstijg je de wolken en loop je in de warme voorjaarszon.

Soms is het 'boven' wel 7 graden warmer, terwijl je verwacht dat het dáár juist koeler is.

Een blik naar rechts. Rechts van de boom zien we een skilift.

Terug naar de realiteit van de dag, terug naar onze tocht. We horen veel 'gefluit' van de bergmarmotten, maar zien maar een enkele. Grappige beestjes. Hebben wel iets weg van stokstaartjes omdat ze soms ook recht omhoog, op hun achterpoten zitten.. Hun lijf is toch nog zo'n 50 cm groot en daar komt de staart dan nog bovenop. Met hun gefluit - eerst dachten we dat het vogels waren - waarschuwen zij hun soortgenoten voor vreemde - Nederlandse? - wandelaars.

Na de 3 drinkbekkens voor de koeien, houden we rechts aan en vervolgen het pad naar de pas.

Monesì di Triora.

Nog één keer kijken we achterom en dan beginnen we aan het laatste stuk van de klim, op weg naar de crinale, de bergrug.

Een aardige klim via de "Passo di Garlenda"

Veel wild zien we deze keer niet. Wel veel bergmarmotten. Net uit hun winterslaap. Schel fluitend waarschuwen zij hun soortgenoten dat wij er aankomen. Eerste keer dat wij ze hoorden dachten we dat het vogels waren en die we maar niet konden zien. Soms zien we ze snel van hol-uitgang tot hol-ingang lopen. Lijkt op "boompje verwisselen". Zijn komische dieren.

't Was een aardige inspanning, maar dan heb je ook wat!

En eenmaal boven op de 'crinale', de bergrug, is het uitzicht adembenemend.

In het algemeen zijn de wandelroutes goed tot zeer goed aangegeven door dit soort borden. Linksaf ga je naar de Monte Frontè (maar dat traject hebben we de vorige keer al verkend), dus kijken we eerst even om ons heen - ook een smoes om even op adem te kunnen komen? - en gaan we rechtsaf richting de "Rifugio Sanremo" en de Redentore op de Monte Saccarello.

Uiteraard werpen we ook een uitgebreide blik op de vallei aan de andere kant. Dit is de Valle Argentina. Hier wordt - naast een vallei ten noorden van Genua - nog het echte Ardesia, een leisteen-soort, gedolven. Dit is één van de Italiaanse grondstoffen waar Karin regelmatig mee werkt. Veel caves zijn gestopt met delven, een gevolg van de crisis.

Na 20 minuten krijgen we Rfiugio Sanremo in zicht. Dit 'rose' gebouw is een bruikbaar herkenningspunt in deze streek. Let op de noodtrap die je vanaf de 1e verdiepig kunt uitklappen. Deze winter lag er hier 4 meter sneeuw, dus door de voordeur naar buiten gaan, gaat hem dan niet worden!

We vervolgen onze weg en zien binnen 20 minuten de rifiugio-in-aanbouw, "Terza"  genaamd. Terza betekent derde. Hier was ooit derde station van de oude ski-lift, vandaar. Eigenaar is Remo Porro (en zijn familie). Wij groeten hem, raken in gesprek. Na 5 minuten nodigt hij ons uit om Terza te bekijken en vertelt ons dat ze nu aan het afbouwen zijn en willen medio 2016 de deuren openen. Daarna drinken we samen een aperitief, een Crodino. Hij is nu 80 en vertelt ons over zijn leven.  Zijn twee zoons runnen nu de fabriek in Colle di Nava, die gedroogde pasta produceert. Ze exporteren sinds kort ook naar Nederland. Ons was al eerder verteld dat de pasta's van Fratelli Porro zeer goed bekend staan.

We vertrekken weer en komen in een half uurtje aan bij de Redentore, de Schepper. Deze staat bovenop de Monte Saccarello, de hoogste berg van Ligurië. Niet getreurd, want een kiometer verderop begint Piemonte, onze 'achtertuin', waar het gebergte nog veel ruiger en extremer wordt.

We zien nog een groep van 14 adelaars en 1 hert. Na de Redentore vervolgen wij onze weg om enkele kilometers verder af te dalen naar Monesì di Triora. Hier zijn we weer terug bij de auto. Deze tocht heeft ongeveer 7 uur geduurd, inclusief drie uitgebreide stops. Dit was maar 1 van de vele tochten die hier gemaakt kunnen worden. Wij wandelen hier al zo'n 10 jaar en leren tijdens elke wandeling nog steeds over deze regio. De flora en fauna is ongekend divers. Nabrander: op de bosweg tussen Mendatica en Montegrosso spotten we nog een das!

's Avonds op het terras, onder het genot van een hapje en een drankje, evalueren we de gemaakte tocht nog eens om te bedenken wat we de komende dagen gaan doen en wat onze volgende wandeling gaat worden.
Tijd om te gaan slapen...