Ligurië  (Italiaans: Liguria) is een aan de kust gelegen regio in het noordwesten van Italië. Het grenst in het westen aan Frankrijk, in het noorden aan Piëmonte en in het oosten aan Emilia-Romagna en Toscane. De naam Liguria dateert uit pre-Romeinse tijd. De Ligurische kust of Ligurische Rivièra wordt ten oosten van Genua "Riviera di Levante" genoemd, en ten westen van Genua de "Riviera di Ponente". Het gedeelte van de gemeente Andora tot aan de Franse grens is ook bekend als de Bloemenrivièra.

De belangrijkste Ligurische natuurgebieden zijn: Cinque Terre, het schiereiland van Portofino, de Ligurische Alpen en het landschap rond de plaats Finale Ligure.

 

Bezienswaardige plaatsen van de regio zijn: Genua, de dorpen van de Cinque Terre, Albenga en Alassio, Camogli, Sestri Levante, Noli, San Remo en Portofino.

Ligurië. Ruim 1.600.000 inwoners. De helft woont in de 4 grote steden. Van de andere helft woont 80% aan de kust. Het binnenland - vanaf een paar kilometer landinwaarts - behoort tot de dunst bevolkte gebieden van Italië. Ook voor 'de' toerist is dit een onbekend gebied. Juist in dít gebied kun je dé smaak van het pure, authentieke Italië proeven. Of je het nou over de natuur hebt, over de keuken, over de gewoontes en gedragingen van de bewoners: wíj hebben hier al veel bijzonderheden beleefd die ons meestal tot vreugde gestemd, maar soms ook tot tranen geroerd hebben.


Al vele eeuwen zijn de Liguriërs een speelbal van de heersende overheden. Enkele eeuwen geleden waren er gemiddeld elke 30 jaar andere heersers (Oostenrijkers, Fransen, Sardijnen, de Paus...) die hun invloed deden gelden en de liguresi tot het uiterste gedreven hebben hun hoofd boven water te houden. De wil tot zelfredzaamheid, de onafhankelijkheid van andere machten, staat nog steeds hoog op de individuele prioriteitslijst. Hierdoor heeft men meer en meer een levenswijze gehanteerd die zo dicht mogelijk tegen de natuur aan zit.


Ook de laatste 100 jaar, eigenlijk vanaf de twintiger jaren van de vorige eeuw, tot aan de zestiger jaren, heeft de Ligurese bevolking een zware, moeilijke tijd gehad. De erfenissen hiervan vind je nog steeds terug in dagelijkse levensstijl en dito handelen. Het boek 'smalle paden' van Julia Blackburn verhaalt over deze - nooit beschreven - periode. De Liguriër was immers een analfabeet. (ter informatie: Julia is destijds getrouwd met een Nederlandse kunstenaar; een exemplaar van het boek ligt in het appartement).
Als je je er voor openstelt, kun je hier hele opmerkelijke en bijzondere ervaringen opdoen. Ik hoop dat het je lukt om - al zijn het ook maar een paar - procent hiervan mee te krijgen, te proeven. Letterlijk en figuurlijk.

La festa della donna is het feest van de bloemisten, want op 8 maart krijgen alle vrouwen takjes mimosa, hèt symbool van deze dag, symbool voor de vrouwelijke solidariteit. Werkelijk iedereen geeft elkaar mimosa, mannen aan hun vrouwen, vriendjes aan hun vriendinnen, maar ook vriendinnen aan vriendinnen. De laatste jaren wordt het steeds gebruikelijker deze dag met uitsluitend amiche of colleghe te vieren; mannen zijn niet welkom. De dames gaan ‘s avonds uit en maken er met elkaar een vrolijke avond van.

Rond het jaar 1000 is de wijnstok voor het eerst gesignaleerd in West Ligurië, meegebracht uit Griekenland en Phoenicië. Ze kwamen in het tegenwoordige Marseille aan land en werden langs de gehele Ligurese kust verspreid. Inmiddels zijn de gerenommeerde wijnen: Rossese, Vermentino, Barbarossa, Pigato en de Ormeasco. Deze laatste heeft zijn thuis in Pornassio, op enkele kilometers van Montegrosso.

Riviera di Ponente
Deze kust staat behalve om de vele badplaatsen ook bekend om de bloementeelt (voornamelijk ten behoeve van de parfumindustrie) en de olijventeelt. Deze kust is veel vlakker dan de kust ten zuiden van Genova [Genua]. Je vindt hier dan ook brede zandstranden met bijbehorend vertier. Nederlanders klinkt de stad Ventimiglia (ventimiel) net over de Franse grens, vooral bekend in de oren. In de jaren 50 en 60 het eindpunt van de trein. Een charmant ommuurd oud stadsgedeelte met een kerk uit de 11e eeuw en een mooie palm- en bloemrijke Giardino Pubblico. Bovendien brede zandstranden zoals je ze ook aantreft in San Remo.

De bekendheid van deze stad dateert van rond 1900 toen de voornamelijk Engelse aristocraten hier neerstreken. De vele voorname oude hotels aan de kust herinneren aan deze tijd. Soms toch ook wel wat vergane glorie. Het nieuwe San Remo staat vooral bekend om de vele, dure winkels en het zeer populaire casino. Hier vindt ook jaarlijks het bekende Festival di San Remo plaats, een soort nationaal songfestival. Het karakter van het oude middeleeuwse stadsgedeelte (La Pigna), met zijn wirwar van straatjes, is gelukkig nog bewaard gebleven.

Bergdorpjes
In het binnenland vind je vele kleine middeleeuwse dorpjes die als arendsnesten tegen de bergen liggen. Ze werden gebouwd op ontoegankelijke plekken, als verdediging tegen de piraten, in dit geval de Moren. Velen zijn nu verlaten, maar ze zijn zeker een rit waard via de bergpassen waar mooie vergezichten in een stille natuur de beloning zijn (evenals mooie picknickplekjes).

Triora bijvoorbeeld ligt op 1440m boven zeeniveau. Het heeft nog duidelijke sporen van middeleeuwse bewoning. Aan het dorpsplein, dat veel te groot lijkt voor dit kleine dorpje, liggen twee kleine kerkjes. Als je goed kijkt, ontdek je onder het plein de resten van een enorm waterreservoir waaruit de bevolking tijdens een beleg ettelijke maanden water kon putten. Triora is tevens de plaats waar het Tribunaal rechtspraak deed met betrekking tot hekserij. Vele - voornamelijk - vrouwen, werden geketend over z.g. 'heksenpaadjes' en 'heksenbruggetjes' naar het tribunaal geleid. Daar werden zij gemarteld en uiteindelijk veroordeeld. In Triora is aan deze periode van enkele honderden jaren een museum gewijd.

Ook het plaatsje Tággia, omringd door olijfgaarden en bloemenvelden (kweek), heeft steile arcadestraatjes met lange overdekte trappen. Twee zeer steile straten leiden naar de burcht die ten tijde van de vele Moorse aanvallen bescherming bood. Bovenaan de straat ligt nog een grote steen die de heuvel werd afgerold om de indringers tegen te houden.

Ligurië is gelegen tussen zee en steile bergen, vandaar ons motto "Tra mare e monti". De heuvels zijn bedekt met veel wilde kruiden als tijm, salie, rozemarijn, oregano, marjolein en basilicum, maar ook - vlakbij Montegrosso Pian Latte - wilde spinazie, wilde aardbeien, frambozen en 2x per jaar paddestoelen. In Italië is het gebruikelijk om deze te zoeken, te snijden of plukken. Deze variëteit aan culinaire ingrediënten proef je en ruik je duidelijk in de gerechten uit deze streek. De keuken van Ligurië komt dan ook het beste tot zijn recht van maart tot en met oktober en is in vele opzichten verrassend; er zijn weinig overeenkomsten met de keukens van de andere noordelijke streken. Bovendien zou je verwachten dat de producten uit de zee zouden domineren, wat logisch zou zijn voor een gebied met zo'n lange kuststrook. Daarentegen zijn verse groenten zeer geliefd, met name artisjokken, asperges, prei en tomaten. Langs de westelijke Riviera groeien zeer veel olijfbomen; de olijfolie uit dit gebied behoort tot de beste van Italië.


Wilde aardbei


Citroenen


Eekhoorntjesbrood


Frambozen


vItaliaanse kruiden

De belangrijkst geraadpleegde bronnen voor deze pagina zijn Italië.nl en it.Wikipedia.com .